Waterkwaliteit in MAP IV en MAP V

MAP-meetnet

Het MAP-meetnet is opgesteld om de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in landbouwgebied op te volgen. De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) is de officiële instantie bevoegd met deze taak.

Oppervlaktewater

Voor het oppervlaktewater gebeurt de opvolging via de MAP-meetpunten. Dit zijn vaste locaties in waterlopen waar maandelijks, naast andere parameters, de nitraatconcentratie wordt bepaald, en zijn verdeeld over heel Vlaanderen. Vlaanderen telt ongeveer 750 MAP-meetpunten.

De locaties zijn zo gekozen dat de MAP-meetpunten aan volgende criteria voldoen:
• Het stroomgebied is hoofdzakelijk agrarisch van karakter
• Er is geen invloed van industriële afvalwaterbronnen
• Er is geen invloed van overstorten (op riolen of collectoren) of effluentlozingen van rioolwaterzuiveringsinstallaties
• De hoeveelheid stikstof in het geloosde huishoudelijke afvalwater is berekenbaar en heeft een beperkte invloed (iedere inwoner loost gemiddeld 10g stikstof per dag)

Grondwater

Het grondwater wordt opgevolgd via 2100 grondwatermeetputten, verdeeld over Vlaanderen en gelegen in landbouwgebied. Deze grondwatermeetputten worden halfjaarlijks bemonsterd, o.a. op nitraatconcentratie. Er wordt steeds op één of meerdere vaste dieptes bemonsterd, via filters. De bovenste filter (filterniveau 1) bevindt zich vlak onder de watertafel om de meest recente grondwateraanvulling en hieraan gekoppelde potentiële contaminatie met verontreinigende stoffen te kunnen opvolgen. Voor de MAP-doelstellingen wordt er enkel met dit filterniveau rekening gehouden.

Doelstellingen

De doelstellingen naar oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit, beschreven in MAP IV (en ook geldend voor MAP V) zijn de volgende:

Oppervlaktewater

In 2010 waren 33% van de MAP-meetpunten ingekleurd als rood MAP-meetpunt (er werd een overschrijding van de norm vastgesteld). Voor oppervlaktewater kent men het streefdoel om tegen 2018 slechts 5% meetpunten te hebben met een overschrijding van de norm van 50 mg NO3-/l. De doelstelling van MAP 4 om tegen 2014 slechts 16% MAP-meetpunten met overschrijding te hebben, werd niet gehaald.

Figuur1_DoelstellingenMAP

Grondwater

Ook voor grondwater zijn er doelstellingen. De trendlijn, gebaseerd op de meetresultaten sinds 2004, geeft aan dat de gemiddelde gewogen nitraatconcentratie in 2010 voor filterniveau 1 ongeveer 40 mg NO3-/l bedroeg. Er wordt gestreefd naar een vermindering van de gewogen gemiddelde nitraatconcentratie met 10% per mestactieplan, wat neerkomt op een gemiddeld gewogen nitraatconcentratie tegen 2018 van maximum 32 mg NO3-/l. Voor zones waar in 2010 op filterniveau 1 meer dan 50 mg NO3-/l werd gemeten, moet de concentratie tegen eind 2018 met gemiddeld minimum 10 mg NO3-/l. Voor meetputten waar een gemiddelde nitraatconcentratie van meer dan 100 mg NO3-/l op filterniveau 1 wordt vastgesteld wordt als doelstelling vooropgesteld dat hun nitraatconcentratie met minimum 10 % per mestactieplan moet verminderen.

Figuur evolutie grondwatermeetputten