VLM wijst op specifieke aanpak bemesting tijdens droge zomer

De gewassen kreunen onder de aanhoudende hitte en droogte. Op de velden waar ze minder goed groeien, blijft vaak nog veel nitraat in de bodem achter. Dat heeft gevolgen voor de traditionele zomer- en najaarsbemesting.

De oogst van de graangewassen is ondertussen achter de rug. Later in de zomer worden ook nog een aantal andere gewassen geoogst en krijgen de groenten een bijbemesting. Door de aanhoudende droogte van de laatste maanden, is een beredeneerde aanpak van die bemestingen nog meer dan anders van belang.

De VLM roept landbouwers met een mislukte oogst op om een vanggewas (of andere nateelt) in te zaaien. Zo kunnen de beschikbare nutriënten opgenomen worden door de planten en spoelen ze niet uit naar het grond- en oppervlaktewater. Bijkomende bemesting is in die omstandigheden veelal niet nodig. Door de beperkte groei van de hoofdteelt, zijn nog veel meststoffen in de bodem aanwezig. Het is daarom belangrijk om het vanggewas tijdig in te zaaien, zodat het voldoende tijd heeft om zich te ontwikkelen. Als de bodemomstandigheden het nog niet toelaten, kan gewacht worden tot de bodemomstandigheden gunstiger zijn om een vanggewas in te zaaien.

Daarnaast raadt VLM landbouwers met een mestoverschot aan om best tijdig andere mestafzetmogelijkheden zoals mestverwerking of extra opslag te zoeken. Dit om een te hoog nitraatresidu in het najaar en verliezen van nutriënten naar het grond- en oppervlaktewater te vermijden.

Op de website van de VLM kan je de voorwaarden voor een eventuele zomerbemesting per type meststof terugvinden.

Bron: VLM