Vergaderen aan de beek

In sommige provincies organiseert het CVBB tententochten. Vergaderen vlak bij de beek blijkt een effectieve werkvorm te zijn. – Patrick Dieleman

De opkomst was niet altijd bijzonder hoog op bijeenkomsten van de waterkwaliteitsgroepen. Dat was volgens Brecht Catteeuw de hoofdreden om het anders aan te pakken. “Dergelijke vergaderingen gingen meestal ’s avonds door, ergens in een zaal. We zagen dat de opkomst bleef dalen, tot er nog 2 à 3 man per meetpunt naar de vergaderingen kwam. Die vergaderingen vroegen heel veel energie van ons, en het was voor ons ook niet tof dat de respons zo beperkt bleef.”

De boer op

Oorspronkelijk dachten ze eraan om met een CVBB-caravan door West-Vlaanderen te trekken, maar om praktische redenen is het uiteindelijk een tententocht geworden. “Het verschil met de vroegere vergaderingen is dat het overdag plaatsvindt en ter plaatse in het afstroomgebied, zodat de landbouwers zich maar minimaal moeten verplaatsen. Mensen komen met de tractor, of er komt iemand door het veld aangewandeld, recht van zijn boerderij over de percelen naar de tent. We beperken ons tot de informatie over het meetpunt zelf, zodat het minder lang duurt. Wat we vertellen is interessant voor iedereen. De deelnemers hoeven zich ook niet op te kleden, ze kunnen bij wijze van spreken vanuit de stal in hun werkkledij tot bij ons komen. De opkomst ligt stukken hoger, we hebben gemiddeld zestien mensen per meetpunt. We maken een boekje, waarin onder meer de meetresultaten komen. We overlopen dat samen met de deelnemers en ze hebben dan iets om mee te nemen naar huis. Sommigen vragen een extra boekje voor hun buurman die niet kan komen.”

Idee slaat aan

Kris Dhaese van pcfruit vertelt dat ze deze methodiek hebben overgenomen in Limburg. “Meestal combineren we enkele meetpunten. In Peer combineerden we bijvoorbeeld de Bollissenbeek, de Hoeverwijrloop en de Kleinbeek. Aan die laatste zijn we samengekomen. Alle grondgebruikers in die afstroomgebieden werden uitgenodigd. Sommigen hadden percelen in het afstroomgebied van de drie meetpunten.” Kris toont geplastificeerde bladeren in A3-formaat met kaartjes en grafieken. Die ondervangen de beamer, die bij gebrek aan stroom thuisblijft. “We delen dan de VMM-meetresultaten van de laatste jaren mee en belichten ook onze eigen metingen, stroomopwaarts van het meetpunt – we spreken dan van deelmeetpunten. Met een luchtfoto wordt ook getoond waar precies gemeten wordt. “ In Limburg maken ze er ook geen probleem van dat we de resultaten van de CVBB-najaarsstaalnames op de percelen in de buurt te tonen. “Bij de uitnodiging vragen we dat telers het zouden laten weten, wanneer ze liever hebben dat we hun resultaten niet bekendmaken. Bij individuele contacten met telers tonen we nooit resultaten bij andere percelen, maar tijdens de tententocht zijn er geen geheimen.” De respons is veel hoger dan bij gewone vergaderingen. In de winter kan het soms fris zijn, maar dan wordt gezorgd voor soep. ’s Morgens voorzien we koffie en koeken. Je voelt een grotere betrokkenheid, omdat je de plaats kan tonen waarover het gaat. Het is wel belangrijk de goede transparanten mee te hebben, zodat je elk thema kan visualiseren, en iedere bezoeker krijgt een brochure met de getoonde figuren mee.” In Limburg hebben ze de voorbije winter de resultaten van 18 meetpunten besproken in zes sessies.

“De deelnemers kunnen in hun werkkledij tot bij ons komen.”

“We hebben in Antwerpen ook al met het idee gespeeld”, vertelt Katleen Geerinckx van de Hooibeekhoeve. Maar het is bij hen (nog) niet tot uitvoering gekomen. Dat wijt ze aan het feit dat hun doelgroep vooral bestaat uit melkveehouders. “ Onze vergaderingen gaan sowieso al overdag door. Ik vind wel dat het zeker een optie is om eens uit te proberen. Ook wij zien meestal dezelfde mensen terugkomen en we zien ook dat de opkomst op de klassieke vergaderingen terugvalt.” Brecht stelt vast dat de nabijheid ervoor zorgt dat landbouwers andere
landbouwers meebrengen. “Als iemand je zegt dat hij je komt oppikken, kan je moeilijker weigeren om mee te gaan. Het is zeker ook een groot voordeel dat je het ter plaatse kan tonen, wanneer er iets speciaal is aan de beek. Een beeld in levende lijve werkt beter dan een kaartje of een foto.