Vanggewassen binnen het MAP, een samenvatting

Binnen MAP 6 zijn vanggewassen een belangrijk onderdeel. Afhankelijk van het gebiedstype waar het perceel is gelegen en de teelt, zijn er verschillende verplichtingen en voorwaarden. In dit artikel vatten we alles samen.

De verplichtingen binnen de verschillende gebiedstypes

Je perceel is gelegen in gebiedstype 0

Hier zijn geen extra verplichtingen rond vanggewassen.

Je perceel is gelegen in gebiedstype 1

Op percelen in gebiedstype 1, 2 en 3, die geen zware kleigrond zijn, is de basisregel vanggewassen van toepassing. Die stelt dat na een hoofdteelt geoogst voor 31 augustus, voor 15 september een vanggewas​ moet ingezaaid worden, tenzij er een nateelt komt die geen vanggewas is.

Dus een nateelt wintertarwe mag je na 15 september inzaaien, een nateelt gras moet je voor 15 september inzaaien aangezien gras een vanggewas is.

De aanhoudperiode is dezelfde als deze binnen EAG, namelijk 30 november in de leemstreek en 31 januari in de overige streken.

Je perceel is gelegen in gebiedstype 2 of 3

Op percelen gelegen in gebiedstype 2 of 3 is bovenstaande basismaatregel vanggewassen ook van toepassing. En bijkomend heeft ieder bedrijf een doelareaal vanggewassen dat hij minimaal moet inzaaien. Dit doelareaal wordt berekend op basis van het doelpercentage vanggewassen en bijkomend vermeerderd volgens de toename volgens gebiedstype (zie Tabel 1).

 GT2GT3
2019+0%+5%
2020+5%+10%
2021+5%+15%
2022+10%+20%
Tabel 1: Toename areaal vanggewassen bovenop een referentiepercentage (=gemiddelde van 2016, 2017 en 2018)

Het verplichte doelareaal bedraagt minimaal 20% en maximaal 80% .

Indien percelen niet volledig ingezaaid worden, dien je dit als apart perceel aan te geven in de verzamelaanvraag voor 31 oktober.

Welke gewassen en teeltcombinatie komen in aanmerking

Binnen het MAP tellen volgende groenbedekkers mee als vanggewas:

  • Niet-vlinderbloemige groenbedekker (niet geldig voor EAG)
  • Mengsel van niet-vlinderbloemige groenbedekkers (geldig voor EAG)
  • Grasklaver (geldig voor EAG)
    •  Minimaal 50% klaver voor EAG, maximaal 50% klaver voor het MAP

Binnen het doelareaal komen naast bovenstaande vanggewassen ook nog enkele andere gewassen of teeltcombinaties in aanmerking. Ook de uiterste inzaaidatum is afhankelijk van de hoofdteelt. Onderstaand een overzicht van wat in aanmerking komt als doelareaal:

  • Tijdelijk gras
  • Tagetes en facealia als hoofdteelt
  • Percelen waar voor 15 september een vanggewas is ingezaaid
  • Niet-vroege aardappelen en maïs waar voor 15 oktober een vanggewas is ingezaaid
  • Maïs met onderzaai van gras
  • Niet-nitraatgevoelige hoofdteelt (granen, vlas, gras, bieten, spruiten en koolzaad) gevolgd door een laag-risico nateelt (elke nateelt, uitgezonderd specifieke teelten).

De aanhoudperiode is 15 oktober voor zware kleigronden, 30 november voor percelen in de leemstreek en 31 januari voor de overige percelen.

Vergeet niet je areaal vanggewas te registreren

Naast het inzaaien moet je ook in de verzamelaanvraag registreren waar je vanggewassen hebt ingezaaid en wanneer. Hiervoor kan je kiezen uit 3 codes:

  • VGV: Vanggewassen ingezaaid voor 15 september
  • VGM: Vanggewassen ingezaaid tussen 15 september en 15 oktober
    • Voor percelen niet-vroege aardappelen en maïs
  • VGL: Vanggewassen ingezaaid na 15 oktober
    • Komt niet in aanmerking voor het doelareaal

Vervanging van het doelareaal vanggewassen

Er bestaan 2 alternatieven  zodat je het doelareaal niet of slechts deels moet inzaaien met een vanggewas.

  1. Vrijstelling: als je bedrijf over een vrijstelling beschikt na een gunstige autocontrole van het nitraatresidu dan hoef je het doelareaal niet in te zaaien. De basisregel van de vanggewassen blijft wel van toepassing.
  2. Equivalente maatregelen: binnen het MAP is er de mogelijkheid om via een equivalente maatregel het doelareaal niet of maar deels te moeten inzaaien met een vanggewas. Hier zijn wel strenge voorwaarden aan gekoppeld en deze moest je hebben aangevraagd voor 15 mei.

In 2020 konden 2 equivalente maatregelen gekozen worden:

  • Wintergraan na een nitraatgevoelige hoofdteelt:

Hierbij kan je het areaal wintergraan na een nitraatrijke hoofdteelt laten meetellen als doelareaal. Je kan hiermee het volledige doelareaal invullen of dit gecombineerd gebruiken met het areaal vanggewassen. De inzaai van het wintergraan dient te gebeuren voor 15 november en moet de hoofdteelt in 2021 te zijn. Meer info en de voorwaarden, kan je vinden op de website van de VLM.

  • KNS binnen de groenteteelt

Hier kan het areaal groenten uit groep 1 of 2 waarbij bemest wordt volgens het KNS-principe ook meetellen binnen het doelareaal. Meer info en de voorwaarden, kan je vinden op de website van de VLM.

Auteur: Bram Van Nevel, CVBB West-Vlaanderen