Spuistroomproductie: wat is de huidige stand van zaken?

Wat vooraf ging

In 2012 – 2013 bracht het demonstratieproject “Telen zonder spui” een eerste keer de spuistroomproductie op een selectie van 12 grondloze groente- en sierteeltbedrijven gedetailleerd in kaart. Op 75% van de bedrijven werd de productie van spuistroom vastgesteld. Het demonstratieproject gaf toen duidelijk aan dat de jaarlijkse spuistroomproductie zeer bedrijfsafhankelijk is. Hierbij is niet zozeer de teelt doorslaggevend, als wel een aantal bedrijfsspecifieke keuzes die bepalend zijn voor de bedrijfsvoering. Belangrijke factoren zijn de beschikbaarheid van kwalitatief goed gietwater (vaak natriumarm), type filters en omgang met spoelwater, gehanteerde technologieën en praktijken voor de desinfectie van irrigatiewater, … (Figuur 3).  Een afwijkende samenstelling van het drainwater bleek de belangrijkste aanleiding voor spuistroomproductie. Oplopend natriumgehalte, microbiële belading, aanwezigheid van residuen van gewasbeschermingsmiddelen werden aangehaald als belangrijke aanleiding voor het uit recirculatie nemen van (een deel van) het drainwater. Spoelwater van filters, technische storingen van ontsmettingsinstallaties en te klein gedimensioneerde drainkelders werden eveneens aangehaald als aanleiding. De brochure “Telen zonder spui” vertelt je in meer detail over de projectresultaten.

Figuur 1 Spuistroomproductie in m³ per hectare teeltoppervlakte voor 12 glastuinbouwbedrijven voor de periode van 1 juli 2012 tot 30 juni 2013 (* duidt op het aandeel grondwater in het totale vers waterverbruik: * 1-25%, ** 26-50%, ***51-75%, 76-100%) (Bron: Telen zonder spui, 2013)
Figuur 1 Spuistroomproductie in m³ per hectare teeltoppervlakte voor 12 glastuinbouwbedrijven voor de periode van 1 juli 2012 tot 30 juni 2013 (* duidt op het aandeel grondwater in het totale vers waterverbruik: * 1-25%, ** 26-50%, ***51-75%, 76-100%) (Bron: Telen zonder spui, 2013)


Enquête bracht spuistroomproductie van 2015-2017 in kaart

Met de afloop van “Telen zonder spui” eindigde ook de gedetailleerde monitoring van spuistroomproductie van de betrokken bedrijven. In het kader van S.O.Spuistroom werd de draad terug opgepikt. Begin 2018 werd van 13 groente – en  5 sierteeltbedrijven met grondloze teelten een gedetailleerde enquête afgenomen door onderzoekers van praktijkcentra over de spuistroomproductie op hun bedrijf van de afgelopen drie jaar. De bedrijven hadden de optie om meerdere bronnen van spuistroom aan te duiden.


77% van de bedrijven gaf aan gedurende deze driejarige periode minstens éénmaal spuistroom geproduceerd te hebben.  

  • Elf bedrijven gaven aan drainwater dat uit recirculatie genomen was als spuistroombron te hebben. Vijf bedrijven gaven aan dat dit maximaal 1x per jaar was, voor 4 bedrijven was dit meermaals per jaar en voor 2 bedrijven was dit dagelijks door de afwezigheid van een recirculatiesysteem (sierteelt). De belangrijkste aanleidingen voor het uit recirculatie nemen van drainwater waren: de teeltwissel, hevige neerslag, geen recirculatie, (vrees voor) aanwezigheid pathogenen in het drainwater, afwijkende nutriëntensamenstelling, pannes van de filterinstallatie en een te lage opslagcapaciteit.
  • Slechts vijf bedrijven gaven aan spoelwater van filters te hebben. De frequentie hiervan was voor elk bedrijf anders en varieerde van dagelijks tot minder dan één keer per jaar.
  • Twee bedrijven gaven aan ook een andere bron van spuistroom te hebben. Voor één bedrijf was dit minstens één maal per jaar, voor het andere bedrijf was dit meerdere keren per jaar.
  • Vier bedrijven gaven aan geen spuistroom geproduceerd te hebben in de laatste drie jaar

Gemiddeld genomen over de sierteelt- en groentebedrijven heen, ging 48% van de situaties waarin spuistroom geproduceerd werd naar het oppervlaktewater, 33% van de gevallen werd afgezet op grasland of cultuurgrond en de overige 19% kreeg een andere bestemming (Figuur 4).

Figuur 2 Bestemming van spuistroom (enquête 18 telers: 5 siertelers en 13 vruchtgroentetelers 2015-2017, data van 27 situaties waar spuistroom geproduceerd werd).


Monitoring spuistroomproductie in 2018 en 2019

De 18 bedrijven werden in het kader van S.O.Spuistroom  gevraagd van april 2018 tot november 2019 maandelijks hun spuistroomproductie door te geven via een online invulformulier. In totaal vulden vijftien bedrijven sporadisch de enquête in. 60% van de opgevolgde bedrijven gaf aan  gedurende deze periode minstens éénmaal spuistroom geproduceerd te hebben (9 bedrijven). Voor de interpretatie van de data moet men in het achterhoofd houden dat de opgevolgde periode korter is dan in paragraaf 3.2 en dat de opgevolgde bedrijven niet consequent elke maand het formulier invulden (vb. 1 bedrijf heeft de monitoring maar vier keer ingevuld op de 20 maanden, anderen vulden deze maar acht keer, …). Dit kan de resultaten over het al dan niet produceren van spuistroom beïnvloedt hebben.

In totaal over alle bedrijven waren er 42 momenten van spuistroomproductie, één bedrijf gaf aan maandelijks een volume spuistroom te hebben, en bij sommige bedrijven was de spuistroomproductie slechts éénmalig gedurende de opgevolgde periode. In het algemeen kan gezegd worden dat de frequentie van spuistroomproductie beperkt is, dit komt naar voor in zowel de online monitoring als de enquête aan de start van het project. Voor de momenten dat er aangegeven werd dat er spuistroom was waren de belangrijkste redenen hiervoor: problemen met de ontsmetter, de teeltwissel, onvoldoende waterkwaliteit (pathogenen) en geen recirculatie op het bedrijf.

Zeven van de negen bedrijven vulden ook het geproduceerde volume spuistroom in (Figuur 3).

Figuur 3 Spuistroomproductie in m³ per hectare teeltoppervlakte voor 7 glastuinbouwbedrijven voor de periode van april 2018 tot november 2019).

Het volume spuistroom dat werd geproduceerd varieerde per situatie. Drie bedrijven hadden een aanzienlijke spuistroomproductie tijdens de opgevolgde periode (20 maanden). De andere hadden eerder een beperkte spuistroomproductie.  Een probleem met de ontsmetter gaf in twee tomatenbedrijven een spuistroomvolume tussen 4 en 5 m³/ha gedurende de geobserveerde periode. Bij een sierteeltbedrijven zonder recirculatie toegepast liep de spuistroomproductie op tot 1800 m³/ha. Bij de teeltwissel varieerde de spuistroomproductie tussen 55 en 180 m³ per hectare.  Bij één bedrijf liep de drain ook over door een grote regenval, hierdoor werd een hoeveelheid drain van 41 m³/ha verdund met regenwater tot een totaal volume spuistroom van 580 m³/ha.

Nog steeds niet voor iedereen duidelijk wat spuistroom juist is
Bij het interpreteren van de data moeten we met een aantal zaken rekening houden. Uit mondeling contact met de bedrijven tijdens 2018-2019 bleek dat ondanks eerdere communicatie omtrent spuistroom het nog steeds niet voor iedereen duidelijk is welke waterstromen als spuistroom beschouwd dienen te worden. Het afzetten van drainwater op grasland of het spoelwater van filters worden nog al te vaak over het hoofd gezien als bron van spuistroom. Er is ook gebleken dat bij het afzetten op grasland in de praktijk niet altijd een burenregeling wordt gebruikt.


[1] https://www.proefstation.be/wp-content/uploads/2015/07/BROCHURE-Telen-zonder-spui-26032014.pdf