Spuistroom als meststof

Spuistroom mag niet in water geloosd worden in het oppervlaktewater door de relatief hoge nutriëntenconcentratie van dit water. De spuistroom kan wel gebruikt worden als bemesting voor landbouwgewassen. In de Vlaamse regelgeving wordt spuistroom geclassificeerd als type 3 meststof. Andere meststoffen uit deze categorie zijn kunstmest en effluent. De uitrijregeling is dan ook gelijkaardig aan onder meer kunstmest en kan toegepast worden van 16 februari tot en met 31 augustus.

Er bestaat ook de mogelijkheid om voor spuistroom een attest lage N-inhoud aan te vragen. Daardoor kan er al vanaf 16 januari tem 15 februari en van 1 september tot 31 oktober  spuistroom opgebracht worden. Dit is verder gekoppeld aan specifieke voorwaarden. Om te passen binnen het attest lage N-inhoud moet het totale stikstofgehalte lager zijn dan 0.6 kg N/ton.

Afzetten van spuistroom op cultuurgrond

Spuistroom afvoeren naar akkers of grasland is op verschillende manieren georganiseerd en hangt af van wie die spuistroom ontvangt en waar hij wordt afgezet. Het is belangrijk om te weten dat de ontvanger van spuistroom de hoeveelheid stikstof en fosfor die zo wordt afgezet moet opnemen in zijn mestbalans. Daarom is het belangrijk dat de afzet van spuistroom geregistreerd wordt. Zonder registratie kan de producent van spuistroom niet bewijzen dat die oordeelkundig is afgezet. Voor niet-bewezen afzet kan een boete opgelegd worden berekend per kg stikstof en fosfor.
Spuistroom kan ook opgehaald worden door erkende mestverwerkers. Als je zelf landbouwgronden hebt (en deze zijn aangegeven via de verzamelaanvraag van Landbouw en Visserij) kan je daar spuistroom op kwijt. Je eigen tuin voldoet meestal niet aan de definitie van landbouwgrond en kan dus soms betwist worden als geschikte afzetplaats, zelfs indien je die hebt aangegeven in de verzamelaanvraag. Je dient je wel aan de bemestingsnormen van de teelt te houden (zowel N als P2O5). De spuistroom kan dus afgezet worden op een naburig perceel via bijvoorbeeld een sproei installatie. Indien je zelf geen landbouwgronden hebt waarop je de spuistroom kan uitrijden dan kan dit op een naburig perceel van een collega via de burenregeling.


Transport door een loonwerker

Spuistroom wordt als “andere meststof” beschouwd en kan in principe alleen door een erkend mestvoerder vervoerd worden. Voor elk transport moet een afzetdocument aangemaakt worden. Op het afzetdocument zijn alle partijen geïdentificeerd en de getransporteerde mestsoort. Spuiwater heeft een specifieke mestcode. Daaraan hangen de forfaitaire cijfers vast. Die bepalen hoeveel N en P2O5 er van het ene bedrijf afgevoerd worden en op een perceel opgebracht worden. Eventueel kan ook er op analyse gereden worden. In dat geval geldt de werkelijk samenstelling. Uiteraard moet men wel overeenkomen tussen aanbieder en afnemer welk systeem men kiest. Voor spuistroom van tomaat geldt bijvoorbeeld code 1074 met als forfaitaire inhouden 0.54 kg N/ton en 0.1 kg P2O5/ton. Bij het transporten via een erkend transporteur is een volgsysteem gemonteerd op de trekker en de tank (het zogenaamde AGR-GPS systeem).


Transport via een burenregeling

Voor spuistroom is er wel een uitzondering voorzien zodat er gewerkt kan worden met een burenregeling. Voor de overige meststoffen opgenomen in de categorie “andere meststoffen” geldt dit niet.  Bij burenregeling is er een overeenkomst tussen de aanbieder (producent van spuistroom)  en de afnemer. De overeenkomst geeft het tijdskader weer waarbinnen de transporten zullen plaatsvinden en geven aan welke hoeveelheden  men verwacht te transporteren. Bij het beëindigen van de transporten dient een namelding te gebeuren waarin men de werkelijk hoeveelheid afgezette spuitstroom opgeeft. Een burenregeling is wel beperkt in afstand. Alleen percelen gelegen in dezelfde gemeente of de omringende gemeenten als de herkomst van de spuistroom komen in aanmerking. Burenregeling kan bijvoorbeeld uitgevoerd worden door een nabije landbouwer die over het gepast materiaal beschikt.  De verplichting om AGR-GPS te gebruiken geldt niet voor deze situatie.

Vanaf het ogenblik dat er met een burenregeling of een erkend mestvoerder wordt gewerkt worden de transporten ( en de bijhorende hoeveelheden N en P2O5 ) automatisch in je mestbalans terecht. Je hoeft dit dus zelf niet meer uit te tellen.

Voor meer informatie verwijzen wij naar de website van De Vlaamse Landmaatschappij[1].


[1] https://www.vlm.be/nl/doelgroepen/meststofproducenten/Transporten