Najaarsbemesting in de groententeelt

Nogal wat groenteteelten zoals prei, spruitkool en industriebloemkool groeien door tot laat in het najaar of zelfs tot in de winter. Een beperkte stikstof basisbemesting toedienen en op een later tijdstip bijbemesten zijn technieken om minder te bemesten en vooral om de vrijstelling van stikstof door mineralisatie meer in rekening te brengen en de teelt te eindigen met minder reststikstof.  

Bijbemesten mag enkel mits een analyse met advies voor bemesting

Volgens de uitrijregeling binnen MAP 6 is het toegelaten om een bijbemesting uit te voeren in de groenten van groep I, II, III en spruitkool tussen 1 september en 31 oktober mits je een staalname laat uitvoeren met een advies om te bemesten. De staalname hiervoor kan gebeuren tussen 15 augustus en 15 oktober. Let er wel op dat het staal genomen is tegen 15 oktober. Indien het staal later genomen is mag er geen bijbemesting meer plaatsvinden. Tijdig het staal aanvragen is dus de boodschap. De uitrijregeling geldt in al de gebiedstypes van MAP 6, dus ook in gebiedstype nul. In gebiedstype nul ben je niet verplicht om verplichte stikstofstalen te laten nemen maar wel om stalen te laten nemen indien je wil bijbemesten na 1 september in de groenteteelt. Indien u de analyse wil laten meetellen voor de verplichte stikstofstalen moet u het op voorhand aanmelden via SNapp.

Beperking op de kunstmestgift  

Daarnaast is er een beperking op de kunstmestgift die nog toegediend mag worden tussen 1 september en 31 oktober. De uitgevoerde bemesting is maximaal het bemestingsadvies over de ganse periode met een maximum van 100 eenheden werkzame stikstof per hectare. Daarnaast ben je ook beperkt tot maximaal 60 eenheden werkzame stikstof per hectare over een periode van 2 weken. Indien het advies meer dan 60 eenheden is, moet u de gift opsplitsen met minstens 2 weken tussen elke gift.

Hoe bekom ik een goed bemestingsadvies?

Door bij de staalname al de informatie over de teelt mee te geven via het inlichtingenformulier van het labo, kan het labo het meest correcte bemestingsadvies opmaken. Het gaat over plantdatum, oogstdatum, eerder toegepaste bemestingen (zowel dierlijke als kunstmest) en hun datum, met welke meststoffen je de bijbemesting wil toepassen, beregeningsgegevens, ras, gewasstand,… Hoe gedetailleerder de gegevens, hoe beter het bemestingsadvies kan afgesteld worden op de behoefte van de teelt op dat moment.

Optimale tijdtsip voor staalname

In het KNS is er opgenomen wanneer het optimale tijdstip is voor bijbemesting. Voor veel teelten situeert zich dit tussen 4 en 8 weken na zaaien of planten. Hou echter ook rekening met de vochttoestand van de bodem en met de gewasontwikkeling op het tijdstip van staalname. In een lange warme en droge periode is er meestal weinig groei en is er heel wat vocht uit de grond door de planten onttrokken waardoor er soms onbetrouwbare resultaten bekomen worden. Laat dan ook geen stalen nemen wanneer de bodem nog extreem droog is.

Enkele praktische vaststellingen en tips

Late herfst- en winterprei

Laat het staal niet te vroeg nemen! Stikstof wordt pas 6 tot 8 weken na het planten in grotere mate opgenomen door de prei. Dikwijls wordt als basis een wettelijke hoeveelheid dierlijke mest ingezet. Aangezien prei pas in de zomer geplant wordt, komt er nog een behoorlijke hoeveelheid stikstof ter beschikking door mineralisatie. Indien het weken warm en droog is na het planten is er dikwijls een beperktere groei en N-opname én zal er in een nattere periode nadien nog veel stikstof beschikbaar worden gesteld voor de planten. Het was de voorbije jaren op veel percelen met late herfst- en winterprei interessanter om een staal te nemen in de tweede helft van september dan dit te doen eind augustus omdat de prei reeds verder ontwikkeld is en er de mineralisatie meer meegenomen wordt.

Bloemkool

Stalen voor stikstofanalyse in bloemkoolpercelen worden ofwel genomen een viertal weken na het planten indien een eerder lage basisbemesting werd toegepast of eind september indien men ervan uit kan gaan dat er voldoende in de basisbemesting toegediend werd. Meer dan de helft van de in Vlaanderen geteelde bloemkool zijn van het ras Giewont. In vergelijking met andere rassen heeft deze variëteit niet veel stikstof nodig maar ze kan wel een grote bladmassa ontwikkelen. Met Giewont zal er veel van de beschikbare stikstof opgenomen worden. De voorbije jaren was het regelmatig nog aangewezen om in de tweede teelthelft nog een staal te nemen om te controleren of er voldoende stikstof aanwezig is om het blad gezond te houden tot aan de oogst en voor de bloemontwikkeling. 

Spruitkool

Spruitkool heeft in totaal veel stikstof nodig en heeft dit zeker ook nog nodig in het najaar. In de bodem zal men op spruitkoolpercelen meestal weinig stikstof meten aangezien spruiten de in de bodem aanwezige stikstof snel en bijna volledig opnemen. Staalnames hebben dan veelal geen zin maar zijn wettelijk verplicht om te mogen bemesten. Er is in het najaar stikstof nodig voor de afrijping van de spruiten. Indien men te vroeg gaat bijbemesten dan zal dit de afrijping belemmeren. Pas wanneer de grote bladeren geel worden en afvallen, gaat de energie naar de spruitjes en op dat tijdstip is er veelal nog een laatste bijbemesting nodig om de kwaliteit van de spruiten te handhaven.

Auteurs: Lore Lauwers; CVBB Oost-Vlaanderen en Luc De Reycke; PCG