De mogelijkheden van groenbedekkers op een rij

De oogst van de wintergerst is gestart. De tarwe volgt over enkele dagen. Ook de aardappelrooiers verschijnen in het straatbeeld. Het wordt dus de hoogste tijd om na te denken over welke groenbedekker het best bij je bedrijfsvoering past. – Franky Coopman, Inagro

Mineralisatie (stikstofvrijstelling uit de organische stof in de bodem) vindt plaats tot laat in het seizoen. Als er geen gewas meer aanwezig is, kan dit zorgen voor toenemende nitraatconcentraties in de bodem. Door een groenbedekker in te zaaien na de oogst van het hoofdgewas, zal deze nitraatvrijstelling (gedeeltelijk) gecompenseerd worden doordat de groenbedekkers stikstof opnemen. Daarnaast genereren de gewasresten van bepaalde groenbedekkers in een aantal gevallen een hoge C/N-verhouding, hierdoor zullen deze resten stikstof gedurende de wintermaanden vastliggen. Bij het onderwerken van deze resten in het voorjaar zal een deel van de opgenomen stikstof ter beschikking komen van het volggewas.

“Dankzij een groenbedekker kan je overtollige stikstof het jaar nadien benutten.”

Zaaien van groenbedekkers

Voor de meeste groenbedekkers geldt dat ze goed gezaaid kunnen worden tot half augustus, daarna is er niet genoeg tijd om voldoende te ontwikkelen. Op tijd zaaien geeft vaak een vlotte beginontwikkeling en zorgt voor een goede onkruidonderdrukking. Vooral bladrijke groenbedekkers (bladrammenas, gele mosterd) starten snel.  Bij late inzaai is de keuze binnen het aanbod van groenbedekkers eerder beperkt. Wil men op een laat zaaitijdstip toch nog een goede beginontwikkeling halen, dan zijn grassen en granen, en dan vooral Italiaans raaigras en rogge, zowat de enige mogelijkheden.

Na tarwe

Graangewassen laten in de meeste gevallen een vrij stikstofarme bodem achter. Voor een goede ontwikkeling – en dus ook een maximale stikstofopname – hebben groenbedekkers voldoende stikstof nodig bij het opkomen. Daarom kan een beperkte startbemesting nuttig zijn. Wettelijk gelden verschillende bemestingsregels afhankelijk van de status van je bedrijf (focusbedrijf of niet) en de grondsoort. Dankzij een groenbedekker kan je overtollige stikstof het jaar nadien benutten.

Na aardappelen

Aardappelen laten in de meeste gevallen een rijke bodem na, omdat het wortelstelsel van aardappelen vrij lui van aard is. Het is daarom niet nodig te bemesten voor de inzaai van een groenbedekker. Verder zal het omwoelen van de bodem bij het rooien leiden tot een piek in de mineralisatie. Een groenbedekker zorgt dat de vrijgekomen stikstof kan worden benut. Na aardappelen is bladrammenas, gele mosterd of Japanse haver een goede groenbedekker. Een zo vroeg mogelijke inzaai verdient hier wel de voorkeur. Als dat niet mogelijk is, zijn grassen en rogge – of een combinatie van beide – nog mogelijk.

Facelia en Japanse Haver zijn vorstgevoelig en geven weinig problemen bij het inwerken.

Na groenten

Omdat ook groenten een rijke bodem nalaten, hoef je de groenbedekker ook niet te bemesten. Houd in je rotatie rekening met het feit dat gele mosterd en bladkool ook kruisbloemigen (koolgewassen) zijn. Op groentepercelen wordt vaak Japanse haver gebruikt. Die heeft als voordeel dat er iets later kan ingezaaid worden en dat er een onderdrukkende werking is voor het wortellesieaaltje Pratylenchus penetrans. Nadeel van Japanse haver is dat de inzaai duurder is. Facelia is ook zeer populair als groenbedekker in rotaties met groentegewassen. De inzaai moet wel gebeuren voor september. Zorg ervoor dat je niet te diep zaait, maar dat het zaad goed bedekt is. Een fijnkruimelig zaaibed en het gebruik van een aandrukrol is aan te raden. Tot aan het vierdebladstadium is de groei eerder langzaam, nadien kent hij een sterke groei. De doorworteling van de bovenste laag is behoorlijk intensief. Zowel facelia als goed ontwikkelde Japanse haver zijn vorstgevoelig en vriezen bij het begin van de winter volledig af. Onderwerken in het voorjaar zorgt daarom voor weinig problemen.