Moet de mestkelder leeg in augustus?

Via een gebieds- en bedrijfsgerichte aanpak wil MAP5 – samen met de land- en tuinbouwers, mestvoerders en loonwerkers – de waterkwaliteit verder verbeteren. Zo is de uitrijregeling afhankelijk van het type bedrijf (focusbedrijf of niet), het type meststof, het bodemtype (zware kleigrond of niet) en de teelt (gras, akker, specifieke teelt), net om de risico’s op uitspoeling in het voor- en najaar te beperken.

Types meststoffen

Meststoffen met gelijkaardige eigenschappen op vlak van stikstofvrijstelling hebben dezelfde uitrijregeling. Het type meststof bepaalt dus in welke periode je de meststof mag opbrengen en onder welke voorwaarden. De meststoffen zijn opgedeeld in drie types:

  • type 1: stalmest, champost en traagwerkende meststoffen
  • type 2: alle meststoffen die niet tot type 1 of 3 behoren
  • type 3: kunstmest, spuistroom en effluenten
Overzicht van de uitrijregeling

Een totaaloverzicht van de uitrijregeling voor alle bedrijfs-, mest- en bodemtypes en teelten ziet er erg complex uit. Maar wanneer je de regels die voor jouw bedrijf overbodig zijn schrapt, ziet het er ineens een pak overzichtelijker en eenvoudiger uit.

Op de website van de VLM vind je vereenvoudigde overzichten, eentje volgens bedrijfstype en eentje volgens type meststof.

Gebruik je liever een online-instrument? VCM ontwikkelde een tool, in samenspraak met VLM-Mestbank. Na het beantwoorden van enkele vragen krijg je, voor jouw bedrijfsspecifieke situatie, een overzicht wanneer je welk type meststof kunt toedienen. Je vindt die tool op www.vcm-mestverwerking.be . Heb je nog vragen? Contacteer dan de Mestbank in je provincie.

Mengmest uitrijden in augustus. Mag da?

Ja, je mag mengmest uitrijden, maar niet altijd, overal of onbeperkt. Een handig overzicht krijg je via de uitrijtool van de VLM.

Mengmest uitrijden in augustus. Moet dat?

Nee, dat hoeft niet. Dierlijke mest is te waardevol om ‘zomaar’ uit te rijden.

De Mestbank hanteert forfaitaire werkingscoëfficiënten per mestsoort (bv. 60% voor mengmest) maar in de praktijk is de werkingscoëfficiënt afhankelijk van de mestsoort, de inhoud, de toedieningswijze en het tijdstip van toediening.

De stikstof aanwezig in mengmest is grotendeels organisch gebonden en deze heeft een langere periode nodig vooraleer hij omgezet wordt in een opneembare vorm.

Bij mengmest kan je een werkingscoëfficiënt van 60%  (of zelfs hoger) slechts bereiken bij toediening in het voorjaar of de vroege zomer, want dan profiteert de teelt langere tijd van de stikstof uit de mest. Bij een najaarsbemesting is de resterende groeiperiode heel wat korter en is de stikstofwerking dus ook lager. De werkingscoëfficiënt van rundermengmest (injectie) bijvoorbeeld bedraagt dan 20 tot 30%.

Wat bij derogatie?

Op derogatiepercelen mag je vanaf 16 februari tot en met 31 augustus bemesten. Maar let op, want focusbedrijven die derogatie toepassen moeten ook derogatiepercelen rekening houden met de strengere uitrijregeling voor focusbedrijven.

Dierlijke mest op grasland werkt na op de 4 volgende grassneden

Niet-focusbedrijven mogen wettelijke gezien tot 31 augustus mengmest toedienen op grasland, maar de in de mest aanwezige stikstof wordt onvoldoende benut. Na eind augustus volgen er doorgaans maar één behoorlijke of twee kleinere grassneden.

Plan het toedienen van dierlijke mest dus vooral in het voorjaar en geef de laatste dierlijke mest op gras in de loop van juli of begin augustus (bij een droge julimaand). Dien je dierlijke mest pas laat toe , dan wordt niet alleen de waardevolle stikstof onvoldoende benut maar duiken ook bijkomende problemen op. Omdat er na oktober nog stikstof vrijkomt gaat het gras te lang de winter in, met mogelijke winterschade tot gevolg. Bovendien blijft de niet-opgenomen stikstof in het bodemprofiel achter en vergroot het risico op een hoog nitraatresidu en uitspoeling.

Voldoende mestopslagcapaciteit?

Vanaf 2012 moet elk bedrijf een minimale opslagcapaciteit voor mengmest hebben van negen maanden voor dieren die steeds op stal staan en zes maanden voor dieren met buitenloop. De opslagcapaciteit is afhankelijk van de hoeveelheid mest die op het bedrijf  geproduceerd  wordt (aantal dieren, staltype) en de periode waarin je geen mest mag uitrijden.

Wie voldoende opslagcapaciteit heeft, kan de mest toedienen op het beste landbouwkundige tijdstip. Je hoeft dan niet in augustus nog hals over kop en weinig verantwoord mest uit te rijden om met je opslagcapaciteit de verbodsperiode te kunnen overbruggen. Je hoeft bovendien ook niet aan het werk de allereerste dagen van het nieuwe bemestingsseizoen.

Heb je onvoldoende opslagcapaciteit op je bedrijf dan heb je alternatieven. Je kunt een mestopslag gebruiken op een andere exploitatie of je mest opslaan bij een andere landbouwer. Je kunt er ook voor opteren om je mest af te voeren naar een verzamelpunt of naar een verwerker.

Tot slot

Beperk dierlijke mest op grasland vanaf augustus of laat die zelfs achterwege. Als het enigszins kan, is het beter om de mest in opslag te houden voor het volgende voorjaar. Dan komen de in de mest aanwezige nutriënten ten volle tot hun recht. Dat is goed voor de teelt, voor het  milieu en voor je portemonnee!

Luc Gallopyn (VLM) en Dirk Coomans (CVBB)