Mest hoort thuis op het land, niet in het water

Het is evident dat mest thuishoort op het land en niet in het water. En toch gebeurt het regelmatig dat dierlijke meststoffen op hellende percelen ongewild afstromen naar een waterloop of dat korrels of vloeibare kunstmest (minerale meststoffen) in de beek terechtkomen. Soms wordt het stagnerende regenwater via een geul actief afgeleid naar de gracht of waterloop. Als die nog afwatert na de eerste bemestingsbeurt, stroomt het sterk aangerijkte water rechtstreeks in de beek. Dat moet vermeden worden. In dit artikel krijgt u een aantal praktische tips die u bij de bemesting kunt toepassen

Wat zegt het Mestdecreet?

Dieren mogen gerust grazen aan de waterkant, want rechtstreekse uitscheiding bij begrazing aan waterlopen is toegestaan. Anders ligt het als u mest wilt opbrengen langs een waterloop. In dat geval moet u voorkomen dat die uitspoelt in het oppervlaktewater, door bij de bemesting voldoende afstand te houden van de waterloop.

Het Mestdecreet legt afstandsregels op voor het opbrengen van mest langs ingedeelde waterlopen. Dat zijn de bevaarbare waterlopen en de onbevaarbare waterlopen van 1ste, 2de en 3de categorie. De Mestbank raadt daarnaast aan om voldoende afstand te houden van niet-ingedeelde waterlopen.

Foto 1: afwateringsgeul van pas bemest grasland

Op welke afstand mag er bemest worden?

Als u wilt bemesten met dierlijke mest, kunstmest of andere meststoffen (bijv. spuistroom of digestaat), moet u volgens het Mestdecreet de volgende afstanden respecteren bij het bemesten:

  • 5 meter vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop;
  • 10 meter vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop die zich in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) bevindt;
  • 10 meter vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop die gelegen is aan een steile helling (gemiddeld stijgingspercentage van meer dan 8%).

Hoe verder wordt bemest van de waterlopen, hoe kleiner de kans dat nitraat in de waterloop terecht komt.

Hebt u een of meerdere percelen aan een waterloop en worden uw percelen bemest door een loonwerker of iemand anders? Vraag dan zeker om voldoende afstand te houden van de waterloop. Want als landbouwer bent u mee verantwoordelijk voor de bemesting van uw percelen en dus ook voor het respecteren van de afstand.

Ligt mijn perceel aan een waterloop of in VEN-gebied?

Of uw perceel aan een ingedeelde waterloop ligt, kunt u als landbouwer nakijken op uw verzamelaanvraag. Die vindt u op het e-loket van het Departement Landbouw en Visserij. De ingedeelde waterlopen zijn daar aangeduid met blauwe stippellijnen.

Als u geen landbouwer bent, kunt u de gegevens over de waterlopen opzoeken op de website geopunt.  Selecteer bij kaarten en plaatsen eerst ‘natuur en milieu’, daarna ‘water’ en nadien ‘Vlaamse hydrografische Atlas -VHA-waterloopsegmenten volgens categorie’. Vul vervolgens een adres of perceelnummer in en zoom in naar de gewenste locatie.  Druk op de knop ‘toon de legende’ en u ziet welk type waterlopen zich in de buurt bevinden.

Wilt u opzoeken of uw perceel in VEN-gebied ligt? Dat kan ook op de website geopunt. Selecteer bij kaarten en plaatsen ‘natuur en milieu’, daarna ‘natuur’ en nadien ‘Gebieden van het VEN en het IVON’. Vul vervolgens een adres of perceelnummer in en zoom in naar de gewenste locatie. Druk op de knop ‘toon de legende’ en u ziet welk type VEN-gebied zich in de buurt bevindt.

Foto 2: Opslag vaste mest – te dicht bij waterloop (=overtreding)

Specifieke regels voor een mestopslag aan het water?

Let op met de opslag van vaste meststoffen op het land of de kopakker in de buurt van waterlopen:  de afstand tot de perceelsgrens en het oppervlaktewater moet minstens 10 meter bedragen. Bij regen voorkomt dat de afvloei van mestsappen buiten uw perceel of naar de waterloop. Let vooral op bij hellende percelen, aangezien u in alle omstandigheden verantwoordelijk bent om te voorkomen dat mestsappen afvloeien buiten uw perceel, ook al hebt u de afstandsregel gerespecteerd.

Foto 3: Combinatie van onvoldoende afstand van waterloop + ‘winter’ afwateringsgeulen niet dichtgemaakt alvorens te bemesten

Tips voor als u bemest in de buurt van water
  • Wend de dierlijke mest emissiearm aan. Daardoor zal er minder mest afspoelen in vergelijking met breedwerpige toediening.
  • Bemest bij voorkeur volgens de langsrichting van de waterloop. Bemesten loodrecht op de waterloop verhoogt het risico dat de mest naar de waterloop toestroomt.
  • Met aangepaste doppen op de spuitmachine, kunt u vloeibare stikstof tot op een halve meter nauwkeurig toedienen.
  • Als u kunstmest gebruikt, doe dat dan het best met een kantstrooier in de buurt van de beek. Bij het toedienen van kunstmest zonder kantstrooier dreigt er zonder brede buffer heel wat kunstmest in de beek terecht te komen.
  • Zorg ervoor dat het tijdstip tussen het toedienen van de mest en de periode van plantopname zo klein mogelijk is. Zo zullen er minder nutriënten uitspoelen naar de beek.
  • Als u weet hebt van drassige stroken of stukken van het perceel die bij een regenbui tijdelijk onderlopen, rijd daar dan geen meststoffen uit.
  • Leg een beschermingsstrook aan op uw percelen aan het water. Die strook zorgt ervoor dat er geen meststoffen in het water waaien en afvloeien. Door het bufferende karakter van de strook, nemen ook de gevolgen van bodemerosie op erosiegevoelige percelen af. Voor het aanleggen van zo’n beschermingsstrook, kunt u  een beheerovereenkomst met de VLM sluiten en een vergoeding krijgen.

Foto 4 : Er is te dicht bij waterloop bemest

Foto 5: Landbouwer heeft de 5 meter-grens aangeduid met een vlagje. Zo weet de loonwerker waar wel en niet mag worden bemest

Rebekka Veeckman en Luc Gallopyn (VLM)