Kleurt ook jouw perceel dit najaar groen?

De laatste jaren zaaien steeds meer Vlaamse land- en tuinbouwers groenbedekkers in op hun percelen. Dit is een goede zaak voor de bodem- en waterkwaliteit. In dit artikel belichten we de voordelen van groenbedekkers.

Groenbedekker als vanggewas

Groenbedekkers zetten tijdelijk minerale stikstof in boven- en ondergrondse plantendelen vast en dragen zo bij om het nitraatresidu op een perceel te verlagen. Zo kan je als landbouwer de uitspoeling van nitraat naar het grond- en oppervlaktewater sterk verminderen.  Niet alleen stikstof wordt trouwens vastgezet, maar ook andere waardevolle voedingselementen zoals kalium en fosfaat.  Dat is de groenbedekker in zijn functie van ‘vanggewas’.  Groenbedekkers kunnen in gunstige omstandigheden tot meer dan 100 kg stikstof/ha vastleggen.  De reststikstof van de voorgaande teelt, de stikstof uit ondergewerkte oogstresten en de stikstof die verder vrijkomt uit humus worden zo nuttig gerecycleerd. Niet alleen uit de bouwvoor maar ook uit de diepere grondlagen. Een belangrijke kanttekening is dat een gerichte bemesting, op basis van de perceelseigenschappen en de gewaskenmerken de basisvereiste blijft om tot een laag nitraatresidu te komen.

Groenbedekker als bron van voedingselementen

Eens ondergewerkt, geven groenbedekkers grotendeels de vastgelegde voedingselementen opnieuw vrij.  Dit is de groenbedekker in zijn functie van “groenbemester”.  Hoeveel stikstof effectief vrijkomt, hangt af van het tijdstip van onderwerken, het type van groenbedekker en de ontwikkeling ervan.  Grasachtige groenbedekkers geven stikstof wat trager vrij.  Hieronder kan je richtcijfers vinden van de stikstofvrijstelling. Maak voor mengsels een inschatting van de opkomst en ontwikkeling van elke groenbedekker apart.  Hou hiermee rekening bij de volgende bemesting, en bespaar op de kunstmestgift.

Type groenbedekker Lengte (cm) N-vrijstelling bij inwerken in najaar (kg/ha) N-vrijstelling bij inwerken in voorjaar (kg/ha)

Raaigrassen

(vb. Italiaans of Engels raaigras)

15 10 20
  30 15 35
  45 25 50
Kruisbloemigen 40 10 15
(vb. gele mosterd, bladrammenas) 60 15 30
  90 25 45
Vlinderbloemigen 20 15 30
(vb. wikken, klaver) 40 30 60
  60 45 90

Bron : Wageningen UR (2005), in “Groenbemesters en nitraatresidu”, BDB, 2010

Groenbedekkers ten voordele van een vruchtbare bodem

Groenbedekkers zijn van vele markten thuis. Ze zorgen voor de onderdrukking van onkruid, de vermindering van erosie, de verbetering van de bodemstructuur en dat zowel oppervlakkig als meer in de diepte, ze voorzien in voedsel voor een actief en divers bodemleven, zijn een bouwsteen voor humus in de bodem, leveren ruwvoeder aan, …

Werken aan de bodemstructuur en het humusgehalte is werken aan het “kapitaal” van je bodem.  Een bodem in goede gezondheid laat een betere opname van de aanwezige nutriënten (waaronder stikstof) toe, met over de jaren heen een betere oogst tot gevolg.  Groenbedekkers dragen daar zeker hun steentje toe bij.

Volgende voordelen zijn je zeker bekend. Na het diepgronden houdt een diepwortelende groenbedekker de bodem verder open.  Als de bodem bedekt is, verbetert de infiltratie van water op een perceel, waardoor de erosie vermindert.  Bodemkluiten breken mooi open, en zijn tegelijkertijd meer bestand tegen te fijne verbrokkeling.  Een goed ontwikkelde groenbedekker is ook een belangrijke bron van humus (organische koolstof, C-%).

Indicatieve cijfers van de aanvoer van effectieve organische koolstof (EOC) kan je hieronder vinden. Vergelijk de cijfers met die van enkele hoofdteelten en mestsoorten.

 

EOC

(kg/ha)

Gele mosterd 630
Bladrammenas 620
Facelia 560
Engels raaigras 950
Italiaans raaigras 930
Gras, 1 snede afgevoerd voorjaar 430
Japanse haver 1200
Snijrogge 510
Wikke 490
 

EOC

(kg/ha)

Korrelmaïs 1330
Snijmaïs 640
Wintertarwe, stro afgevoerd 1040
Wintertarwe, stro ingewerkt 1580
Aardappelen 470
20 ton mestvarkensdrijfmest/ha 240
30 ton stalmest runderen/ha 1380
35 ton runderdrijfmest/ha 525
   
   

Bron : “Organische stof in de bodem, Sleutel tot bodemvruchtbaarheid”, LNE 2014, en Demeter-tool, VLM

Wanneer zaai je welke groenbedekker in?

Je zaait je groenbedekker het best zo vroeg mogelijk in, aangezien hij dan meer kans op een goede ontwikkeling heeft.  Bij een vroege inzaai, kan je ook een lagere zaaidichtheid hanteren. Facelia en gele mosterd worden het best in augustus ingezaaid.  Japanse haver en bladrammenas kunnen in september gezaaid worden. Gras en snijrogge nog later. Een laat gezaaide winterharde soort kan een belangrijke ontwikkeling kennen in het volgende voorjaar, wat interessant is als een latere teelt volgt.  Let dan wel op voor het risico op uitdroging van de bodem op droge percelen, en heb aandacht voor de manier waarop de (grote) groenmassa zal ondergewerkt worden (klepelen, inwerken, en dan pas ploegen).

Een mengsel van groenbedekkers laat toe om de verschillende kenmerken ervan te combineren.  Verschillen in structuurgevoeligheid, snelheid van ontwikkeling, diepte en intensiteit van het wortelgestel, vorstgevoeligheid, aanbreng van organische stof, … geven betere resultaten.

Bij de keuze van de groenbedekker zijn een aantal aandachtspunten van groot belang.  Het tegenwerken of de verspreiding van ziektes (let op voor gele mosterd en koolgewassen) zijn nevenwerkingen van bepaalde groenbedekkers.  Ook is een gepaste zaaidichtheid van belang.  Bespreek dit met je leverancier van zaden.

Regelgeving en (de verplichte inzaai van) groenbedekkers

Je bent als landbouwer vaak gehouden om een groenbedekker in te zaaien.  Bijvoorbeeld een niet-vlinderbloemige groenbedekker als voorwaarde om vloeibare dierlijke mest uit te rijden na de oogst of om derogatie toe te passen op wintertarwe of triticale, of als maatregel bij focusbedrijven categorie I, II en III.  Daarnaast is de inzaai van een mengsel van groenbedekkers één van de mogelijkheden tot invulling van de maatregel ecologische aandachtsgebied (EAG), en is de inzaai van een groenbedekker één van de maatregelen vervat in het basispakket om erosie te voorkomen op percelen met zeer hoge of hoge erosiegevoeligheid.  Informeer over de verplichtingen en de mogelijkheden evenals over de details (datum van inzaai, aanhoudingsplicht, zaaidichtheid, …) bij de afdeling Mestbank van de VLM in jouw regio en bij jouw buitendienst van het Departement Landbouw en Visserij.

Meer info

Wij zijn overtuigd van het groot belang van groenbedekkers, op korte evenals op lange termijn.  Jij ook toch ?  Maak zoveel als mogelijk gebruik van groenbedekkers, en zet zo het licht op groen voor een betere bodem en properder water.  Zaai ze dan ook zoveel als mogelijk snel na de oogst van het gewas.  Bij een later oogsttijdstip loont het ook nog om bij goede omstandigheden een groenbedekker in te zaaien.  Neem contact met je bedrijfsbegeleider (praktijkcentra voor land- en tuinbouw, Bedrijfsadvies-VLM, CVBB, …) voor verdere informatie over bemesting en bodemkwaliteit.

Meer informatie kan je reeds zelf terugvinden in de praktijkgids bemesting “meststoffen en groenbedekkers”. 

Sébastien Janssens (VLM), Bart Debussche (Dep. Landbouw en Visserij) en Dominique Vanhaecke (Proefcentrum voor Sierteelt)