Inzetten op spuistroomreductie loont!

Spuistroom is algemeen voorkomend in de glastuinbouw. Welke waterstromen in je bedrijf wel of niet spuistroom zijn, wordt meer in detail besproken in Hoofdstuk 2. Ondank dat er al veel inspanningen gebeurd zijn de laatste jaren om spuistroom te reduceren, zijn er nog steeds mogelijkheden voor verdere reductie. Een huidige stand van zaken vind je terug in Hoofdstuk 3. Meer info over hoe je spuistroom kan reduceren kan je terugvinden in Hoofdstuk 4, en Hoofdstuk 7 geeft enkele praktijkvoorbeelden weer ter inspiratie. Een overzicht van technologieën om spuistroom te reduceren of te behandelen wordt weergegeven in Hoofdstuk 6.

Maar laten we eerst even stilstaan waarom jij als tuinder je in moet zetten op spuistroomreductie. Hiervoor zijn namelijk meerdere redenen (Figuur 1).

Door correct om te gaan met spuistroom maar ook andere reststromen stel je jouw bedrijf in regel met het MAP6 én met de Vlaamse regelgeving. Belangrijk, zo blijkt, want het niet naleven van deze regelgeving kan leiden tot sancties. Maar naast de wettelijke verplichting heeft duurzaam omspringen met spuistroom ook op bedrijfsniveau als sectorniveau een belangrijke meerwaarde.

Figuur 1: Vijf belangrijke redenen om spuistroom te vermijden (Icons made by Pixel perfect from www.flaticon.com)

 

Belang voor de sector

Zorg voor het milieu
De verhoogde nutriëntenconcentraties in spuistroom dragen bij tot de eutrofiëring van oppervlaktewateren, dit is de aanrijking van oppervlaktewater door voedingsstoffen zoals nitraat en fosfaat waardoor de groei van algen en bepaalde soorten planten sterk toeneemt. Dit kan het ecosysteem in en rond onze waterlopen sterk verstoren[1].  Naast de aanrijking met nutriënten  kunnen  residu’s van gewasbeschermingsmiddelen negatieve gevolgen hebben  voor onder andere de biodiversiteit.

Invloed op toekomstig beleid
De concentraties van nutriënten én gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater zijn een belangrijke maatstaf voor beleidsmakers. In 2019 bijvoorbeeld werd MAP6 gelanceerd door de  Vlaamse overheid, als opvolging van MAP5, om de doelstellingen opgelegd in de Europese nitraatrichtlijn en de Europese Kaderrichtlijn Water[2] te halen. Maar ook bij de beoordeling van erkenningsdossiers voor gewasbeschermingsmiddelen wordt gekeken naar de risico’s voor bijvoorbeeld oppervlaktewaterkwaliteit. Het middelenaanbod is de laatste jaren al sterk afgenomen en heeft een belangrijke impact op de hele sector.

[1] https://www.vmm.be/water/kwaliteit-waterlopen/chemie/nutrienten

[2] https://ec.europa.eu/environment/water/water-framework/index_en.html

Belang op bedrijfsniveau

Economisch belang
Spuistroom, bevat naast zowel water als nutriënten. Beide componenten  hebben een financiële waarde. Spuistroom bevat naast nitraat en fosfaat, die de focus hebben binnen de mestwetgeving, ook nog andere nutriënten. Een Nederlandse studie gaf aan dat 1m³ drainwater een waarde heeft van ongeveer €0,5 per EC[1]-eenheid[2]. Voor spuistroom met bijvoorbeeld een EC van 3 mS/cm² betekent dit een waarde van 1,5 per m³. Daarnaast dient ook de waarde van het water op zich in rekening gebracht te worden.  De waarde van kwalitatief gietwater werd opnieuw zeer duidelijk tijdens de aanhoudende droogteperiodes van 2017-2019. Tijdens deze periode maakte de glastuinbouwsector noodgedwongen gebruik  van alternatieve waterbronnen, zoals leidingwater, die een aanzienlijke kost inhielden.  Binnen S.O.Spuistroom werd er in meer detail gekeken naar de restwaarde van spuistroom én de marge om te investeren in technologieën voor de reductie én/of zuivering van spuistroom.

Strijd tegen watertekorten
Een reden die in de toekomst zeker aan belang zal winnen is de toename van langdurige droogteperiodes. In 2017 en 2018 kregen we in Vlaanderen al te maken met extreme droogte. De temperatuurstijging zorgt voor meer verdamping. Klimaatstudies geven aan dat het in de zomer minder zal regenen, waardoor extreme droogte in de toekomst vaker en intenser kan voorkomen in Vlaanderen. Binnen klimaatstudies worden verschillende scenario’s  onderzocht die elk afhangen van de mate waarin we de uitstoot van CO2 kunnen reduceren. Dit wordt aangeduid met de zogenaamde RCP[3] scenario’s. RCP’s 2.6 en 4.5 komen overeen met een zeer ambitieus klimaatbeleid, waar RCP’s 6 en 8.5 de situatie schetsen wanneer weinig maatregelen worden genomen.  Uit Figuur 2 blijkt dat alle klimaatscenario’s een tendens aangeven naar drogere zomerperiodes. De mate waarin zomers droger zullen worden hangt in sterke mate af van de impact van het gevolgde klimaatbeleid. Droogteperiodes zoals ervaren in 2018 zouden om de 4 tot 5 jaar kunnen voorkomen[4].

[1] EC: elektrische geleidbaarheid, uitgedrukt in mS/cm²

[2] http://static.rockwool.com/globalassets/grodan/downloads/corporate/best-practice-water-management.pdf

[3] Representative Concentration Pathways of RCP’s zijn enkele scenario’s die de ontwikkeling van broeikasgassen beschrijven

[4] https://klimaat.vmm.be/droogte

Figuur 2: Verwachte evoluties in het neerslagpatroon afhankelijk van de verschillende klimaatscenario’s (RCP’s) (Bron: P. Willems, 2019 [7] )


[1] https://www.vmm.be/water/kwaliteit-waterlopen/chemie/nutrienten

[2] https://ec.europa.eu/environment/water/water-framework/index_en.html

[3] EC: elektrische geleidbaarheid, uitgedrukt in mS/cm²

[4] http://static.rockwool.com/globalassets/grodan/downloads/corporate/best-practice-water-management.pdf

[5] Representative Concentration Pathways of RCP’s zijn enkele scenario’s die de ontwikkeling van broeikasgassen beschrijven

[6] https://klimaat.vmm.be/droogte

[7] Patrick Willems 2019, Klimaatverandering: Wat zijn de concrete gevolgen en hoe kunnen wij ons aanpassen? Presentatie verzorgd in het kader van de Provinciale Milieudag 4 juni 2019 “Klaar voor een nieuw klimaat?” van de Provincie Antwerpen https://www.provincieantwerpen.be/aanbod/dlm/regiowerking/studiedagen/provinciale-milieudag.html