Fosfaat: te weinig, genoeg of overdaad?

Fosfor (P) is een essentieel voedingselement voor de plant. Het speelt een rol bij de energiehuishouding, de ontwikkeling van het wortelstelsel, de bloei en de zaadvorming. Daarom is het belangrijk dat er  voldoende fosfor in de bodem aanwezig  is. Een gebrek aan fosfor kost opbrengst, remt de groei en leidt tot slechtere benutting van stikstof en andere voedingsstoffen. Maar zoals vaak het geval is: ‘overdaad schaadt’. Hoe meer fosfor er in de bodem zit die niet wordt opgenomen door het gewas, hoe hoger het risico is op verliezen naar het oppervlakte- en grondwater, via uitspoeling, oppervlakkige afspoeling, erosie of drainage.

Welke fosforklasse en bemestingsnormen voor je percelen?

Niet alle bodems in Vlaanderen hebben dezelfde P-voorraad. Om die reden is er in MAP 5 voor gekozen om de P-bemestingsnorm te koppelen aan de hoeveelheid P die voor de plant beschikbaar is in de bodem. Zo evolueert het P-gehalte naar een niveau dat goede opbrengsten met milieudoelstellingen verzoent. Concreet worden de percelen ingedeeld in 4 klassen (tabel 1).

P-beschikbaarheid Akkerland Grasland P-Klasse
Laag ≤ 12 ≤ 19 Klasse I
Streefzone > 12 en ≤18 > 19 en ≤ 25 Klasse II
matig hoog > 18 en ≤ 40 > 25 en ≤ 50 Klasse III
Hoog > 40 > 50 Klasse IV

Tabel 1: plantbeschikbare fosfor (uitgedrukt in mg P per 100 g luchtdroge grond) en overeenstemmende P-klasse

Voor 2016 worden percelen waarvan geen resultaten van P-stalen bekend zijn, automatisch ingedeeld in klasse III. Vanaf 2017 is dat klasse IV. Percelen kleiner dan 30 are blijven, zonder P-analyse, max. klasse III. Bij samenvoeging van percelen geldt de 50% regel: het nieuwe perceel krijgt de P-klasse van het grootste stuk. De P-klasse is perceelsgebonden. De overname van een perceel wijzigt de klasse niet.

Naargelang de klasse en hoofdteelt is een verschillende P- bemestingsnorm van toepassing (tabel 2). Hoe hoger de klasse, hoe lager de bemestingsnorm.

Teeltgroep Klasse I Klasse II Klasse III Klasse IV
Alle grasland + graszodenteelt 115 95 90 70
1 snede gras/snijrogge + maïs 115 95 90 70
Maïs 100 80 70 55
Graangewassen 95 75 70 55
Aardappelen 95 75 70 55
Bieten, Groenten, Sierteelt & boomkweek, Aardbeien, Spruitkool, Teelten met lage N-behoefte, Leguminosen en Overige teelten 85 65 55 45

Tabel 2: P-bemestingsnormen (uitgedrukt in kg fosfaat (P2O5) per ha)

Ligt je perceel in fosfaatverzadigd gebied en heb je geen P-analyse waaruit klasse III of lager blijkt, dan behoudt dat perceel de bemestingsnorm van 40 kg P2O5 per ha.

Sedert MAP 4 is voor fosfor de bedrijfsbenadering van toepassing. Met MAP 5 is de bedrijfsbenadering ook op stikstof van toepassing. Dat houdt in dat je de bemestingsnorm op bepaalde percelen kan overschrijden zolang je de totale gebruiksruimte op  bedrijfsniveau niet overschrijdt.  Dat betekent dat je dan op andere percelen moet compenseren met een bemesting lager dan de bemestingsnorm.

Gebruik je gecertificeerde gft- of groencompost op een perceel (ongeacht de P-klasse), dan wordt in de berekening van de mestbalans van je bedrijf slechts de helft van de hoeveelheid fosfor (uitgedrukt in kg P2O5) van die compost als opgebracht beschouwd. Hetzelfde geldt voor percelen van klasse I of II waarop je stalmest of boerderijcompost toedient.

Een afwijking van klasse aanvragen

Je kan bij de Mestbank een nieuwe P-klasse aanvragen voor een of meer percelen. Je moet dan aantonen dat je perceel tot een andere P-klasse behoort (dan de klasse die automatisch wordt voorzien)  aan de hand van een bodemanalyse van de hoeveelheid plantbeschikbare fosfor. Je moet die stalen laten nemen per (volledig) perceel en door een labo dat erkend is voor bodemstalen.  Een aanvraagformulier voor een afwijking vind je op www.vlm.be  (Thema’s > Mestbank > Bemesting > Gronden > Fosfaat). De betrokken percelen moeten in het jaar van de analyse zijn aangegeven in een verzamelaanvraag. De P-stalen die je verplicht moet nemen in het kader van derogatie kan je gebruiken voor een aanvraag tot afwijking.

Hoelang is een afwijking geldig?

De bodemanalyse mag maximaal vijf jaar oud zijn voor de classificatie, te tellen vanaf het jaar na de staalname. Voor percelen waarvan de analyseresultaten ten laatste op 31 augustus 2016 aan de Mestbank worden bezorgd, geldt de nieuwe klasse vanaf 1 januari 2017. Worden de resultaten tussen 1 september 2016 en 31 augustus 2017 aan de Mestbank bezorgd, dan geldt de nieuwe klasse vanaf 1 januari 2018. De klasse-indeling die op basis van die analyse wordt toegekend, geldt voor maximaal 5 jaar. In de onderstaande tabel vind je enkele voorbeelden ter verduidelijking.

jaar staalname analyseresultaat aan Mestbank bezorgd geldigheidsduur nieuwe klasse
2012 uiterlijk op 31/8/2016 2017
2014 uiterlijk op 31/8/2016 2017, 2018, 2019
2016 uiterlijk op 31/8/2016 2017 tot en met 2021
2016 tussen 1/9/2016 en 31/8/2017 2018 tot en met 2021

Na de geldigheidsduur van de klasse-indeling, stijgt de klasse van het betrokken perceel met 1 klasse per 5 jaar. Dat kan je vermijden door uiterlijk op 31/8 van het jaar waarin de geldigheid afloopt een nieuwe aanvraag met nieuwe P-analyse te bezorgen aan de Mestbank. Op die manier is er geen onderbreking van de toegekende klasse-indeling.

Tegemoetkoming in de kosten voor P-stalen!

Je kan een financiële tegemoetkoming aanvragen voor de gemaakte kosten van de P-analyses, op voorwaarde dat er voldaan is aan volgende voorwaarden:

  • Je beschikt over een actief landbouwernummer.
  • Het bodemstaal is genomen in 2015 of later.
  • Het perceel wordt op basis van de bodemanalyse ingedeeld in klasse I of II én minstens een klasse lager dan de klasse die van toepassing is.
  • Het perceel is in het jaar van bodemanalyse aangegeven in de verzamelaanvraag van dat jaar.
    De tussenkomst bedraagt 25 euro voor akkerland en 50 euro voor grasland.

Op het Mestbankloket kan je het overzicht raadplegen van je ingediende P-analyses, de toegekende P-klasses en de eventuele financiële tegemoetkomingen.

Moet ik fosforstalen laten nemen?

Je bent niet verplicht om bodemstalen voor plantbeschikbare fosfor te laten nemen (behalve indien je derogatie toepast). Je bent evenmin verplicht om ineens al je percelen te laten bemonsteren. Of het nemen van P-bodemstalen zinvol is, moet je afwegen in functie van de mestbalans van je bedrijf en in functie van de beschikbare resultaten van P-analyses van voorgaande jaren. Voor heel wat bedrijven zijn strengere P-bemestingsnormen op bedrijfsniveau immers weinig of niet bepalend naar feitelijk mestgebruik. Een berekening van de P-gebruiksruimte op je bedrijf en de impact van de al dan niet strengere P-bemestingsnormen, kan je maken met het rekenprogramma ‘BASsistent Balanssimulator 2016’. Dat kan je downloaden van www.vlm.be.  Over de mestbalans en het gebruik van het rekenprogramma kan je ook raad vragen bij de dienst Bedrijfsadvies van de VLM.

Auteur: Luc Gallopyn (VLM)