Reactie CVBB: Evolutie van de waterkwaliteit in agrarisch gebied

Bij het verslag van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) i.v.m. de evaluatie van de oppervlaktewaterkwaliteit en de reacties vanuit milieuverenigingen en de milieufederaties hierop hoort een passend antwoord vanuit de land- en tuinbouwhoek.

We willen niet ontkennen dat de verbetering van de nitraatconcentratie in oppervlaktewater in agrarisch gebied te traag vooruit gaat. De voorbije meetjaren is er weinig vooruitgang wat het aantal rode MAP-meetpunten betreft maar het cijfer van 20% MAP-meetpunten die de norm niet halen moet in de juiste context worden geplaatst :

– Een MAP-meetpunt kleurt rood van zodra bij 1 van de 12 (maandelijkse) metingen de drempelwaarde van 50 milligram nitraat per liter wordt overschreden. Duidelijk is alleszins dat heel wat MAP-meetpunten een beperkt aantal overschrijdingen hebben en dat het hoogste meetresultaat daalt van jaar tot jaar. M.a.w. bij heel wat MAP-meetpunten is een positieve trend merkbaar maar de vooruitgang gaat vaak te traag om tegen 2018 meetresultaten te behalen, die alle onder de norm van 50 mg nitraat vallen. Dit wordt bevestigd in het VMM-rapport waar gesteld wordt dat het percentage meetplaatsen met een significante dalende trend voor nitraat (43%) merkelijk groter is dan het percentage meetplaatsen met een significante stijgende trend (3%).

– 2016 kende met de overvloedige neerslag tijdens een lange periode in mei-juni en wateroverlast op vele plaatsen een erg desastreus voorjaar voor land- en tuinbouw. In afspraak met Minister Schauvliege heeft de VMM een analyse gemaakt van de invloed van deze uitzonderlijke weersomstandigheden op de metingen van de waterkwaliteit. Een aantal meetresultaten werden omwille van te hoge waterstanden en plaatselijke overstromingen niet weerhouden voor verdere verwerking maar we stellen vast dat het uitzonderlijke weer vele meetpunten heeft beïnvloed en de daar gemeten nitraatconcentraties – hoger dan normaal- zitten wel verwerkt in de evaluatie van de VMM. Een geval van overmacht die moeilijk met cijfers kan worden weergegeven en waarvoor de land- en tuinbouw ook niet verantwoordelijk kan worden gesteld.

– Bij de zware neerslag van het voorbije voorjaar werd vooral het centrale en zuidelijke deel van West-Vlaanderen getroffen. De minder goede resultaten van het Leie- en Ijzerbekken moeten in die context gezien worden. Overigens is de globale trend voor het Leiebekken positief t.o.v. enkele jaren geleden.

Vele instanties, betrokken bij land- en tuinbouw, werken samen om het probleem aan te pakken. Getuige hiervan, de communicatieactie MAPman waar overheid (VLM, VMM en Landbouw en Visserij) tezamen met de onderzoeksinstellingen, de praktijkcentra en het CVBB samenwerken om de land- en tuinbouwers te sensibiliseren.

Met het Coördinatiecentrum voorlichting en begeleiding duurzame landbouw (CVBB) begeleiden we bovendien heel wat bedrijven bij hun teelt- en bemestingstechniek. In de probleemgebieden worden de bemestingspraktijken van de land- en tuinbouwers intensief opgevolgd en begeleid. De betrokken land- en tuinbouwers werken goed mee maar het is momenteel nog te vroeg om reeds resultaten vertaald te zien in de waterkwaliteit.

Namens het CVBB,
Dirk Coomans