Duurzame fosforbemesting goed voor landbouw en milieu

Kunnen de landbouw- en milieubelangen verenigd worden op het vlak van fosfor? Het merendeel van de Vlaamse percelen bevat een grote fosforvoorraad, door grote bemestingsdosissen uit het verleden. Uitspoeling van fosfor naar het oppervlakte- en grondwater, loert daarom om de hoek. Aangezien fosfor die in het water terechtkomt, leidt tot overmatige algenbloei en een verstoord ecosysteem, moeten we dat vermijden. Anderzijds moet de bodem over voldoende fosfor beschikken om de gewassen goed te laten groeien. Onderzoekers van het ILVO, de Bodemkundige Dienst van België en de KU Leuven, zochten op vraag van de VLM uit wat de optimale hoeveelheid fosfor in de bodem is. Tijdens hun onderzoek, hielden ze zowel met de economische als milieukundige kant van de zaak rekening. MAP-man

Bodemvoorraad fosfor

Je kan via een bodemanalyse te weten komen hoeveel fosfor de bodem bevat. De onderzoekers toonden aan dat de fosfortest in Vlaanderen (P-AL) een goede meetmethode voor de fosforbeschikbaarheid is. De gemeten fosforvoorraad in de toplaag bedraagt voor een doorsnee Vlaamse bodem zo’n 1500-2000 kg fosfaat (P2O5) per hectare. Een doorsnee bemestingsdosis (50-90 kg P2O5) is veel kleiner dan die voorraad. De bodemvoorraad heeft daarom een grotere impact op de gewasopbrengst dan wat je toedient via bemesting.

Wat is een goed fosforgehalte in de bodem?

Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat een fosforgehalte in de bodem van 11 mg P/100 g, in de meeste gevallen het gewas goed doet groeien. Als er meer dan 11 mg P/100 g in de bodem zit, leidt dat bijna nooit tot meer opbrengsten. Alleen bij een fosforgevoelig gewas als maïs, kan de opbrengst nog toenemen tot 16 mg P/100 g. Aan de andere kant van het spectrum, zijn er gewassen die genoeg hebben aan heel weinig fosfor. Zo volstaat voor tarwe 6 mg P/100 g voor een optimale opbrengst.

Vanaf 16 mg P/100 g kunnen fosforverliezen uit de bodem te hoog zijn voor het oppervlaktewater, met mogelijke overmatige algengroei tot gevolg. Globaal gezien is tussen 11 en 16 mg P/100 g in de bodem, zowel goed voor het gewas als voor het milieu.

Fosforverliezen kunnen tot overmatige algengroei leiden in het oppervlaktewater

Valt het fosforgehalte van jouw bodem binnen die streefwaarden? Goed zo! Het komt er dan op aan om dat zo te houden. Dat kan via een onderhoudsbemesting. Daarvoor moet je iets meer fosfor toedienen dan het gewas opneemt. Immers, een deel van de fosfor in de bodem wordt na verloop van tijd minder beschikbaar voor het gewas. Je hoeft die onderhoudsbemesting niet jaarlijks uit te voeren. Je kunt die immers op het niveau van de teeltrotatie bekijken.

Wat bij te hoog fosforgehalte?

De meeste bodems in Vlaanderen hebben een fosforgehalte dat hoger ligt dan 16 mg P/100 g. Ze vormen dus een risico voor het milieu. Het fosforgehalte in die bodems kan dalen door minder fosfor toe te dienen via bemesting.

Veldproeven hebben aangetoond dat er geen opbrengstvermindering is, als de fosforbemesting meer dan 10 jaar weggelaten wordt op een perceel met ruim voldoende fosforvoorraad. Het fosforgehalte in de bodem daalt immers traag, zelfs bij het volledig weglaten van fosforbemesting. Zo duurt het zo’n 11-16 jaar om van 26 naar 16 mg P/100 g te dalen bij nulbemesting. Je kan de fosforvoorraad het snelst laten dalen met gewassen die veel fosfor afvoeren, zoals gras en maïs. Het helpt ook om voldoende stikstof en kalium toe te dienen.

Als je dierlijke of andere organische mest gebruikt, zit daar altijd fosfor in. Laat daarom bijkomende fosforkunstmest achterwege, en kies voor een mesttype met relatief veel stikstof en weinig fosfor, zoals gier en rundermest. Bij een jaarlijkse bemesting van 12 m³ runderdrijfmest, duurt het al snel 20 tot 30 jaar om van 26 naar 16 mg P/100 g te evolueren. Met varkensdrijfmest, dat veel meer fosfor bevat, is het nog veel moeilijker zijn om het fosforgehalte in de bodem te doen dalen.

Denk eraan om ook het koolstofgehalte van de bodem in het oog te houden. Kies daarom het best voor mesttypes met relatief veel effectieve organische koolstof, zoals runderstalmest en compost. Compost is van die twee de beste keuze, aangezien het beduidend minder fosforverliezen oplevert naar het milieu.

Wat bij te laag fosforgehalte?

Is het fosforgehalte van je bodem te laag? Dan is extra fosforbemesting nodig om het fosforgehalte op te krikken. De bemestingsdosis moet flink hoger zijn dan de fosforafvoer door het gewas, en dat gedurende meerdere jaren. Via rijenbemesting kan je de beschikbaarheid lokaal flink verhogen voor een optimale gewasopbrengst. Maar het is nog belangrijker om een gunstige zuurtegraad (pH) van de bodem te hebben, want bij een gunstige pH, heeft de plant minder fosfor in de bodem nodig dan bij een ongunstige pH. Zo is het bekalken van een te zure bodem een snellere en efficiëntere manier dan fosforbemesting om fosfortekort te voorkomen. Ook een goede bodemstructuur en vochtigheid is cruciaal voor een goede fosforvoorziening. Daarom geniet fosforbemesting via organische bemesting, in de plaats van via kunstmest, de voorkeur.

Andere maatregelen

Zoals eerder aangehaald is het voor de fosforvoorziening van het gewas belangrijk dat de bodem een goede pH, structuur en vochttoestand heeft. Als je fosforbemesting toepast vlak voor de teelt, is dat het beste voor het gewas. Maar bemest niet kort voor een regenbui. De bodem heeft dan nog geen tijd gehad om fosfor vast te leggen, waardoor grote fosforverliezen naar het oppervlakte- en grondwater mogelijk zijn. Ook via erosie zijn fosforverliezen mogelijk, probeer dat dus zoveel mogelijk te voorkomen of aan te pakken.

Fosfor kan o.a. ook via erosie in de waterlopen terechtkomen

Conclusie

Met een goed fosforgehalte in de bodem, tussen 11 en 16 mg P/100 g, is het mogelijk om het gewas van voldoende fosfor te voorzien zonder problematische fosforverliezen naar het milieu.

De meeste bodems in Vlaanderen hebben een fosforgehalte dat hoger ligt dan 16 mg P/100 g en vormen daardoor een risico voor het milieu. Het fosforgehalte in de Vlaamse bodems kan dalen door minder of geen fosfor toe te dienen via bemesting. Door doordacht te bemesten, kan je bodems met een te hoog fosforgehalte na verloop van tijd binnen de streefwaardes brengen. En dat zonder tussentijdse gewasopbrengstverliezen.

Fien Amery (ILVO)

Wil je nog meer weten over dit onderzoek? Op de website van de VLM kan je er meer over lezen.