Bemestingsplan 2017. Eerst terugblikken, daarna vooruitkijken.

De winter is het uitgelezen tijdstip om een bemestingsplan op te maken voor het komende seizoen. Voor je enthousiast van start gaat, sta je het best even stil bij je bemesting en teeltplan van vorig jaar. Denk daarover na en bedenk hoe je je bemestingsplan voor 2017 kan optimaliseren.

Bemestingsplan, een must?!

Met een bemestingsplan kom je tot een betere bemestingsstrategie. Dat moet resulteren in een oordeelkundige inzet van meststoffen, een optimale gewasgroei en opbrengst, een beter nitraatresidu en minimale nutriëntenverliezen (o.a. minder risico op uitspoeling naar grond- en oppervlaktewater). Een goed onderbouwd en opgevolgd bemestingsplan helpt je om verrassingen te voorkomen. Het is een uitstekend hulpmiddel om overbemesting te vermijden en in te schatten of je dit jaar mest moet afvoeren of extra mest kan aanvoeren.

Een bemestingsplan is een aanrader voor iedereen die bemest, maar het is een must (= verplicht) voor derogatiebedrijven, voor focusbedrijven van categorie 2 en 3 en voor sommige bedrijven na een bedrijfsdoorlichting.

Evaluatie bemesting 2016, basis voor een beter plan voor 2017

Als je terugblikt kan je veel leren en verbeteringen liggen vaak voor de hand. Stel jezelf enkele vragen. Zijn de bodem- en mestanalyses nog accuraat? Zijn er tussen de percelen (grote) verschillen in de nutriëntenbehoefte en het organische stofgehalte? Verschilt de mestsamenstelling naargelang de stal? Is het je gelukt om het afgelopen jaar te bemesten zoals gepland? Hoe was de verdeling van de mest over de gewassen en de beschikbaarheid van de mest over het jaar? Moest je dierlijke mest afvoeren of kon je nog mest aanvoeren? Heb je gebruikgemaakt van stikstofanalyses voor (bij)bemesting? Heb je zicht op de stikstofvoorraad in de bodem na de oogst (nitraatresidu)?

Aan de slag voor 2017

Als je hebt nagedacht over je bemestingsplan van vorig jaar, zijn er wellicht een aantal dingen die beter kunnen. Met die verbeterpunten in het achterhoofd, kan je aan de slag met de planning voor 2017.

Verzamel eerst de basisgegevens: het teeltplan en de verwachte veestapel op je bedrijf, soorten mest, mestanalyse, bodemanalyse, … Hoeveel mest wil je voor de maïs? Hoeveel voor gras, aardappelen, bieten, …? Hoeveel sneden gras wil je halen? Is er beweiding?

Zijn er bemestingsbeperkingen van toepassing op je bedrijf door de status focusbedrijf categorie 2 of 3? Zijn er sancties of maatregelen opgelegd? Ben je een derogatiebedrijf? Hoe zit het met de fosfaattoestand van je percelen? Al die elementen bepalen mee je gebruiksruimte aan stikstof en fosfaat.

Bereken de mestproductie op je bedrijf op basis van je veestapel, staltype en beweiding. Aan de hand van het teeltplan en de percelen, waarvoor je bemestingsrechten hebt, bereken je de stikstof- en fosfaatgebruiksruimte van je bedrijf.

De wetgever heeft een kader gemaakt waarin het gebruik van fosfaat en stikstof beperkt wordt. MAP 5 geeft je, dankzij de bedrijfsbenadering, meer keuzevrijheid bij het bemesten dan voorheen. Die bedrijfsbenadering laat je toe om op bepaalde percelen meer meststoffen toe te dienen dan de bemestingsnorm van dat perceel, zolang het plaatje klopt op bedrijfsniveau. Je hebt met deze aanpak maximaal de touwtjes in handen om oordeelkundig en efficiënt te bemesten. Dat is vrijheid maar ook verantwoordelijkheid.

Stel je plan niet louter op vanuit het wetgevend kader, want dat is geen garantie op een laag nitraatresidu. Hou rekening met volgende elementen.

  • Toestand van de bodem. Laat je bodem analyseren op het geschikte tijdstip.
  • Gewasbehoefte. Hou rekening met het bemestingsadvies.
  • Samenstelling mest. Laat tijdig je dierlijke mest analyseren om de werkelijke samenstelling te kennen.
  • Stikstoflevering uit groenbemesters, oogstresten, gescheurd grasland. Maïs op gescheurd grasland hoeft geen dierlijke mest meer. Die uitgespaarde mest kun je nuttiger gebruiken op andere percelen en teelten.
  • Maximale benutting van dierlijke mest. Hou rekening met samenstelling, werkzaamheid, tijdstip en wijze van toediening. Emissiearme aanwending (injectie, meteen inwerken) vermindert verliezen naar de lucht.
  • Kaliumvoorziening (potas) en organische stof.
Bemestingsplan maakt duidelijk of bijsturing nodig is

Als uit je ideale plan blijkt dat het niet past met de wetgeving (overbemesting op perceelsniveau, overschrijding van gebruiksruimte op bedrijfsniveau), moet je bijsturen. Denk hierbij aan één of meerdere van de volgende maatregelen.

  • Kies een geschikte mestsoort: rundveedrijfmest bevat minder fosfaat dan varkensdrijfmest. De stikstofwerking van varkensdrijfmest is hoger dan van rundveedrijfmest.
  • Gebruik digestaat (vergiste mest), effluent of gescheiden mest, om stikstof en fosfaat op maat toe te dienen.
  • Pas de dosis aan.
  • Ga na of je mest moet afvoeren.
  • Bespreek je bemestingsplan met een adviseur.

Pas je plan aan als er iets wijzigt aan je teeltplan en bemestingsstrategie door bijvoorbeeld weersomstandigheden of slechte groei.

Luc Gallopyn, Koen Cochez, e.a. (VLM)