Aanpassing referentiepercentage vanggewassen MAP VI

Referentiepercentage vanggewassen

MAP VI legt de focus op het inzaaien van vanggewassen. De Mestbank berekende voor elk landbouwbedrijf in gebieden met slechte waterkwaliteit een oppervlakte die ingezaaid zou moeten worden met vanggewassen. Deze oppervlakte werd gedefinieerd als het referentiepercentage. De bepaling van deze oppervlakte gebeurde op basis van het gemiddeld aandeel aan vanggewassen en laag-risico nateelten die de landbouwers de voorbije drie jaren inzaaiden op hun percelen.

Doelareaal  vanggewassen

Gedurende de looptijd van MAP VI moet in gebiedstypes 2 en 3 dit areaal verder opgedreven worden. Landbouwers moeten zo jaarlijks een doelareaal nastreven. Dit doelareaal wordt gedefinieerd als de minimum oppervlakte bouwland in gebiedstype 2 en 3 waarop de landbouwer een vanggewas of laag-risico nateelt moet inzaaien.

Aanpassing referentiepercentage

De methodiek van de berekening van het referentiepercentage zou voor bepaalde teeltcombinaties tot een overschatting van het doelareaal hebben geleid. Er was ook kritiek gezien landbouwers die de voorbije jaren reeds extra inspanningen deden voor de waterkwaliteit zich hiervoor gestraft voelden. De Mestbank liet weten dat de percentages opnieuw berekend zullen worden met behulp van teeltafhankelijke correctiefactoren. Dit moet leiden tot een correctere berekening en realistischere cijfers om in de praktijk met de regelgeving aan de slag te kunnen gaan. De tabel met de correctiefactoren en de originele berichtgeving  van de VLM  kan u hier nalezen.

Bron: Vilt en VLM